Les pronoms relatifs : lequel

Franse grammatica (see all)

Want to improve your French? Test our online French lessons for free!

Les pronoms relatifs : lequel

Betrekkelijk voornaamwoorden zoals qui, que, , dont en lequel worden gebruikt om herhaling in een zin te voorkomen en vervangen meesten een persoon of een ding.
C’est une très bonne idée de reportage. Je n’avais pas pensé à cette idée. C’est une très bonne idée de reportage à laquelle je n’avais pas pensé. (à laquelle = à cette idée)
Dat is een goed idee voor een rapport. Ik had niet aan dat idee gedacht. Dat is een goed idee voor een rapport, waar ik niet aan heb gedacht.
C’est une très bonne idée de reportage. Cette idée va plaire à notre public. C’est une très bonne idée de reportage qui va plaire à notre public. (qui = cette idée)
Dat is een goed idee voor een rapport. Dat idee zal ons publiek bevallen. Dat is een goed idee voor een rapport, dat ons publiek zal bevallen.

Na de voorzetsels à, pour, chez, avec, sur, dans, sans, contre, en et cetera kunnen we niet de gewone betrekkelijk voornaamwoorden zoals qui, que, en dont gebruiken. In plaats daarvan gebruiken we lequel (welke) en de varianten laquelle, lesquels en lesquelles.
L’AIGF ? C’est l’agence pour laquelle je travaille. De AIGF? Dat is het bedrijf waar ik voor werk.
La personne à côté de laquelle je me suis assis ne parle pas français. De persoon naast wie ik zit, spreekt geen Frans.

Wanneer het voorzetsel à gebruikt wordt, veranderen lequel en zijn varianten in de samengetrokken vormen auquel, à laquelle, auxquels en auxquelles.
Samentrekking van à lesquels: Les problèmes auxquels le gouvernement s’attaque sont très difficiles à résoudre. (We zeggen s’attaquer à) De problemen die de regering aanpakt, zijn erg moeilijk op te lossen.
Samentrekking van à lequel: Le film auquel je fais allusion est très mauvais. (We zeggen faire allusion à) De film waar ik het over heb, is erg slecht.

Als het voorzetsel de deel uitmaakt van een voorzetselbepaling, dan gebruiken we de samengetrokken voornaamwoorden duquel, de laquelle, desquels en desquelles. Veel voorkomende voorzetselbepalingen zijn en face de (tegenover), près de (in de buurt van), loin de (ver van), à côté de (naast), à l’intérieur de (binnen) etc.
L’homme aux côtés duquel je voudrais vivre toute ma vie c’est toi Victor ! De man aan wiens zijde ik mijn hele leven zou willen leven, ben jij Victor!
Les fleurs près desquelles je me suis endormi sentent très bon. De bloemen in de buurt waarvan ik in slaap gevallen ben, ruiken erg lekker.


Still having difficulties with Les pronoms relatifs : lequel? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Les pronoms relatifs : lequel? Share it with us!