Les pronoms relatifs : dont

Franse grammatica (see all Franse grammatica)

Probeer Frantastique (Online Franse les) vandaag uit. Want to improve your French?

Les pronoms relatifs : dont

Betrekkelijk voornaamwoorden zoals qui, que, , dont en lequel worden gebruikt om herhaling in een zin te voorkomen en vervangen doorgaans een persoon of een ding.
C’est un très bon rapport. Gérard Therrien est satisfait de ce rapport.
C’est un très bon rapport dont Gérard Therrien est satisfait. (DONT = de ce rapport)
Het is een erg goed rapport. De baas is tevreden met dit rapport.
Het is een erg goed rapport, waar de baas tevreden mee is.
C’est un très bon rapport. Marcel a écrit ce rapport.
C’est un très bon rapport que Marcel a écrit. (QUE = ce rapport)
Het is een erg goed rapport. Marcel heeft dit rapport geschreven.
Het is een erg goed rapport, dat Marcel geschreven heeft.

Dont vervangt een persoon of een ding dat geïntroduceerd is met het voorzetsel de. Het kan op verschillende manieren vertaald worden, afhankelijk van de context. Veel voorkomende zijn ‘wiens’, ‘dat/die’, ‘waarvan’ en ‘van wie’.
La ville dont je suis originaire est toute petite. (Je suis originaire de cette ville.) De plaats waar ik vandaan kom, is erg klein.
La chose dont je suis fière c’est mon style. (Je suis fière de mon style.) Dat waar ik het trotst op ben, is mijn stijl.
Les enfants dont il est le père sont terribles. (Il est le père de ces enfants.) De kinderen van wie hij de vader is, zijn verschrikkelijk.

Dont is wordt veel in combinatie met deze werkwoorden gebruikt: parler de (praten over), se souvenir de (zich herinneren), rêver de (dromen van), avoir peur de (bang zijn voor), avoir envie de (zin hebben om), avoir honte de (zich schamen voor), s’occuper de (zich bezighouden met) etc.
L’ami dont je te parle s’appelle Victor. (Car on dit parler de quelque chose.) De vriend over wie ik het heb, heet Victor.

Dont kan gebruikt worden met deze gangbare constructies: être fier de (trots zijn op), responsable de (verantwoordelijk zijn voor), content de (blij zijn met), satisfait de (tevreden zijn over) etc.
L’homme dont je suis amoureuse s’appelle Victor. (Car on dit être amoureux de quelqu’un). De man van wie ik houd, heet Victor.

We kunnen dont ook gebruiken met namen.
Victor Hugo ? C’est un écrivain dont je ne connais que le nom. (Car on dit le nom de l’écrivain). Victor Hugo? Dat is een schrijver die ik alleen van naam ken.


Still having difficulties with Les pronoms relatifs : dont (Franse grammatica )? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Les pronoms relatifs : dont? Share it with us!