Les pronoms relatifs : ce qui, ce que, et ce dont...

Franse grammatica (see all)

Want to improve your French? Test our online French lessons for free!

Les pronoms relatifs : ce qui, ce que, et ce dont...

De Franse betrekkelijk voornaamwoorden ce qui, ce que en ce dont kunnen ‘wat’ of ‘dat’ betekenen, afhankelijk van de context. Deze voornaamwoorden vervangen la chose qui, la chose que of la chose dont.
Elle ne comprend pas ce qui se passe
(Elle ne comprend pas la chose qui se passe).
Ze begrijpt niet wat er gebeurt.

Tu ne sais pas ce que tu perds
(Tu ne sais pas la chose que tu perds).
Je weet niet wat je kwijtraakt.

Elle écoute ce dont je parle.
(Elle écoute la chose dont je parle).
Ze luistert naar wat ik zeg.

Ce qui (wat) is het onderwerp van de zin die er op volgt.
Ce qui est certain, c’est qu’on va bien s’amuser ! (ce qui sujet de est certain) Wat zeker is, is dat we ons gaan vermaken!
Tu sais ce qui me ferait plaisir ? (ce qui sujet de ferait plaisir) Weet je wat ik leuk zou vinden?

Ce que of ce qu’ (wat) wordt gebruikt als lijdend voorwerp. Het wordt doorgaans gevolgd door een onderwerp en een werkwoord.
Ce qu’il demande, c’est du respect ! (ce qu’ = complément direct de il demande) Wat hij eist, is respect!
Tu peux dire ce que tu veux, je ne t’écoute pas. (ce que = complément direct de tu veux) Je kunt zeggen wat je wilt, ik luister niet naar je.

Ce dont (wat, waar) wordt gebruikt als het voorwerp van het voorzetsel de.
Ce dont Victor a peur, ce sont les araignées. (Victor a peur des araignées). Waar Victor bang van is, zijn spinnen.
Elle m’a confirmé ce dont je me doutais : Gérard Therrien a une maîtresse ! (se douter de) Ze heeft me bevestigd wat ik al vermoedde: Gérard Therrien heeft een minnares!

Opmerking: Als we iets willen benadrukken, kunnen we de constructie ce qui / que / dont + c’est of ce sont gebruiken:
Ton sourire me plaît.
Ik vind je glimlach leuk.
Ce qui me plaît, c’est ton sourire.
Wat ik leuk vind, is je glimlach.

A Paris, j’aime les musées.
Ik houd van de musea in Parijs.
À Paris, ce que j’aime, ce sont les musées.
Waar ik van houd in Parijs, zijn de museau.

J’ai besoin d’un café fort.
Ik heb een sterke koffie nodig.
Ce dont j’ai besoin c’est un café fort.
Wat ik nodig heb, is een sterke koffie.


Still having difficulties with Les pronoms relatifs : ce qui, ce que, et ce dont...? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Les pronoms relatifs : ce qui, ce que, et ce dont...? Share it with us!