Le pronom « y »

Franse grammatica (see all)

Want to improve your French? Test our online French lessons for free!

Le pronom « y »


Y wordt gebruikt:

•  voor het vervangen van zinnen die plaatsen beschrijven. Het wordt in het Nederlands meester vertaald met ‘er’ of ‘daar’.
- Tu es allé à la piscine? - Oui j’y suis allé ce matin. -Ben je naar het zwembad geweest?
-Ja, ik ben er vanmorgen geweest.
- Victor est chez le docteur ? - Oui, il y est. -Is Victor bij de dokter? -Ja, daar is hij.

•  met werkwoorden die gevolgd worden door het voorzetsel à: penser à (denken aan), réfléchir à (nadenken over, denken aan), s’inscrire à (zich inschrijven voor), se soumettre à (zich onderwerpen aan), etc.
- Tu penses aux vacances ? - Oui, j’y pense tout le temps ! -Denk je aan de vakantie? -Ja, daar denk ik de hele tijd aan!
- Vous avez réfléchi à ma proposition ? - Non, nous n’y avons pas encore réfléchi. -Hebben jullie over mijn voorstel nagedacht? -Nee, we hebben er nog niet over nagedacht.

Merk op dat y doorgaans voor het werkwoord staat.
- Vous allez à Paris aujourd’hui ? -Gaat u vandaan naar Parijs?
- Oui, j’y vais. -Ja, ik ga er heen.

Hier volgen enkele veelgebruikte uitdrukkingen met y:
Ça y est. Dat is alles.
On y va. We gaan.
Vas-y/allez-y. Ga je/uw gang.
Je n’y arrive pas. Het lukt me niet.


- On y va ? - Où ça ? - À Paris !

Still having difficulties with Le pronom « y »? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Le pronom « y »? Share it with us!