Le passé simple : les verbes en -er

Franse grammatica (see all)

Want to improve your French? Test our online French lessons for free!

Le passé simple : les verbes en -ER

De passé simple wordt gebruikt voor het beschrijven van specifieke of voltooide handelingen in het verleden. Deze tijd is formeel en literair, en wordt bijna uitsluitend in boeken gebruikt. In gesproken Frans wordt voor handelingen in het verleden doorgaans de passé composé gebruikt.
« Nous montâmes un escalier tournant en vis; nous passâmes un corridor, puis un autre, puis un troisième (...). J’entrai.  » "We beklommen een wenteltrap; we liepen door een gang, toen nog een, en vervolgens door een derde (…). Ik kwam binnen." (Le dernier jour d’un condamné, Victor Hugo)

In de passé simple worden werkwoorden eindigend op –ER (chanter zingen, terminer afmaken, aller gaan) als volgt vervoegd: -ai, -as, -a, -âmes, -âtes, -èrent.
lever nl
Je me levai
Tu te levas
Il se leva
Nous nous levâmes
Vous vous levâtes
Ils se levèrent
déjeuner nl
Je déjeunai
Tu déjeunas
Il déjeuna
Nous déjeunâmes
Vous déjeunâtes
Ils déjeunèrent
aller nl
J’allai
Tu allas
Il alla
Nous allâmes
Vous allâtes
Ils allèrent
Ce jour-là, Victor se leva tôt Op die dag stond Victor vroeg op.

Opmerking: Bij werkwoorden eindigend op –GER moet een e voor de uitgang worden geplaatst. Bij werkwoorden eindigend op -CER verandert de c in ç.
manger nl
Je mangeai
Tu mangeas
Il mangea
Nous mangeâmes
Vous mangeâtes
Ils mangèrent
avancer nl
J’avançai
Tu avanças
Il avança
Nous avançâmes
Vous avançâtes
Ils avancèrent
Nous avançâmes jusqu’au bureau du juge. We liepen door naar het kantoor van de rechter.




Still having difficulties with Le passé simple : les verbes en -er? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Le passé simple : les verbes en -er? Share it with us!