Le passé composé : avoir ou être

Franse grammatica (see all Franse grammatica)

Probeer Frantastique (Online Franse les) vandaag uit. Want to improve your French?

Le passé composé : avoir ou être

Met de meeste werkwoorden gebruiken we het hulpwerkwoord avoir.
Marcel et Muriel ont acheté un plan de Paris. Marcel en Muriel hebben een kaart van Parijs gekocht.
Victor a organisé une fête. J’ai adoré sa fête ! Victor heeft een feest georganiseerd. Ik heb zijn feest geweldig gevonden!

We gebruiken het hulpwerkwoord être:
•  met deze 14 werkwoorden (die een zekere verandering in toestand of richting beschrijven): naître, mourir, monter, descendre, venir, aller, entrer, sortir, arriver, partir, tomber, rester, passer, retourner
Victor est parti à 4 heures. Victor is om 4 uur vertrokken.
Je suis arrivé en retard. Ik ben later aangekomen.

•  met verbes pronominaux (wederkerende werkwoorden) (se lever, se dépêcher etc…):
Il s’est levé tard ce matin. Hij is vanmorgen laat opgestaan.



Still having difficulties with Le passé composé : avoir ou être (Franse grammatica )? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Le passé composé : avoir ou être? Share it with us!