Le futur proche dans le passé

Franse grammatica (see all)

Want to improve your French? Test our online French lessons for free!

Le futur proche dans le passé

Ter herinnering: de futur proche (‘de nabije toekomst’) wordt gevormd met de onvoltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord aller + infinitief. Het wordt gebruikt voor het beschrijven van handelingen die zeer binnenkort plaatsvinden (zoals ‘gaan + infinitief’).
Attention ! Le verre va tomber ! Pas op! Het glas gaat vallen!
Je vais rester à Paris pendant trois ou quatre ans. Ik ga drie of vier jaar in Parijs blijven.



We gebruiken we de futur proche dans le passé (de nabije toekomst in het verleden) voor het beschrijven van gebeurtenissen in het verleden die op het moment van de hoofdhandeling nog niet plaatsgevonden hebben.
Je ne savais pas que tu allais dormir toute la journée. Ik wist niet dat je de hele dag ging slapen. (“tu allais dormir” vond plaats na “je ne savais pas”)
Marcel n’avait pas compris que nous allions rentrer à pied. Marcel had niet begrepen dat we terug gingen lopen.

De futur proche dans le passé wordt gevormd met het werkwoord aller in de onvoltooid verleden tijd conjugaison + de infinitief.
rester nous allions rester we gingen blijven
être vous alliez être jullie gingen zijn
se marier ils allaient se marier ze gingen trouwen

Opmerking:
Het is gebruikelijk om de futur proche dans le passé te vervangen door een werkwoord in de verleden toekomende tijd.
Victor avait dit qu’il allait m’appeler le lendemain. Victor avait dit qu’il m’appellerait le lendemain.
Victor had gezegd dat hij me de volgende dag ging bellen Victor had gezegd dat hij me de volgende dag zou bellen.


Still having difficulties with Le futur proche dans le passé? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Le futur proche dans le passé? Share it with us!