Le conditionnel présent

Franse grammatica (see all Franse grammatica)

Probeer Frantastique (Online Franse les) vandaag uit. Want to improve your French?

Le conditionnel présent

Om een werkwoord te vervoegen in de onvoltooid verleden toekomende tijd gebruiken we dezelfde stam als voor de toekomende tijd en voegen we de volgende uitgangen toe: -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient.
INFINITIF FUTUR CONDITIONNEL
Danser je danserai je danserais, tu danserais, il danserait, nous danserions, vous danseriez, ils danseraient.
Être je serai je serais, tu serais, il serait, nous serions, vous seriez, ils seraient.
Avoir j’aurai j’aurais, tu aurais, il aurait, nous aurions, vous auriez, ils auraient.
Pouvoir je pourrai je pourrais, tu pourrais, etc.

De verleden toekomende tijd in het Frans lijkt veel op het Nederlandse equivalent (met ‘zouden’). We gebruiken het in de volgende situaties:
•  Om een wens aan te geven: we gebruiken de verleden toekomende tijd met werkwoorden als vouloir, aimer, adorer of in uitdrukkingen als ça me ferait plaisir (het zou me genoegen doen), ça serait bien de (het zou goed zijn).
J’aimerais tant sortir avec Victor ! Ik zou zo graag willen uitgaan met Victor!



•  Om een beleefd verzoek te doen: we gebruiken de verleden toekomende tijd om een verzoek of voorstel beleefder te maken.
Vous auriez du feu s’il vous plaît ? Zou u me een vuurtje kunnen geven, alstublieft?



•  Om advies te geven: we gebruiken de verleden toekomende tijd vaak als we iets willen voorstellen of adviseren.
Il faudrait vous dépêcher si vous voulez une place. Jullie zouden je moeten haasten als jullie nog een plaats willen bemachtigen.
Tu ne devrais pas t’habiller comme ça. Dat zou je niet moeten dragen.
On pourrait aller au ciné ce soir, non ? Zouden we niet naar de film kunnen gaan vanavond?
Ça te dirait d’aller chez Victor samedi ? Zou je zaterdag naar Victor willen gaan?

•  Om hypothetische handelingen of veronderstellingen te beschrijven: we gebruiken de verleden toekomende tijd in ‘als’-constructies en om verslag te doen van gebeurtenissen waarvan we niet weten of ze waar zijn.
Si j’avais du temps, je dormirais. Als ik tijd had, zou ik gaan slapen.
Au cas où vous ne pourriez pas terminer ce rapport, demandez de l’aide à Victor. Voor het geval dat u het rapport niet af zou krijgen, kunt u Victor om hulp vragen.

•  Om de toekomst in het verleden te beschrijven: we gebruiken de verleden toekomende tijd voor het beschrijven van een toekomstige handeling vanuit een oogpunt in het verleden.
Victor nous a dit qu’il arriverait tard. Victor heeft ons gezegd dat hij laat zou arriveren.
Je pensais que Muriel et Marcel ne termineraient pas leur rapport à temps. Ik dacht dat Muriel en Marcel hun rapport niet op tijd af zouden krijgen.

Opmerking: De verleden toekomende tijd en de tegenwoordig toekomende tijd worden vaak verward in het Frans. Na je eindigt de verleden toekomende tijd op -ais en de tegenwoordig toekomende tijd op -ai.
Demain, j’irai pêcher (futur, certitude). Morgen ga ik vissen / Ik zal gaan vissen (toekomende tijd, een zekerheid).
S’il faisait beau, j’irais pêcher (conditionnel, incertitude). Als het morgen mooi weer is, zou ik gaan vissen (verleden toekomende tijd, voorwaardelijke uitspraak).


Still having difficulties with Le conditionnel présent (Franse grammatica )? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Le conditionnel présent? Share it with us!