Cas particulier : l’accord du participe passé avec l’auxiliaire avoir

Franse grammatica (see all)

Want to improve your French? Test our online French lessons for free!

Cas particulier : l’accord du participe passé avec l’auxiliaire avoir

Herinnering: Het voltooid deelwoord stemt nooit overeen met het onderwerp wanneer we avoir als hulpwerkwoord gebruiken.
Elle a rencontré une célébrité. Ze heeft een beroemdheid ontmoet.
Ils ont fini la bouteille. Ze hebben de fles opgemaakt.

Maar het voltooid deelwoord moet wel overeenstemmen met het lijdend voorwerp (COD) als dat voor het werkwoord staat.
Mes enfants, je les ai aimés plus que tout au monde. Mijn kinderen, ik heb meer van hen gehouden dan van wat ook in de wereld. (‘hen’ is een lijdend voornaamwoord)
J’ai perdu ma fille Ih heb mijn dochter verloren → Je l’ai perdue Ik heb haar verloren.
Voici la célébrité qu’elle a rencontrée. Dit is de beroemdheid die zij heeft ontmoet. (‘de beroemdheid’ is een lijdend voorwerp)

Opmerking: Als het voltooid deelwoord van faire gevolgd wordt door een werkwoord in de infinitief, dan stemt het NIET overeen in geslacht en getal met het zelfstandig naamwoord.
Il a fait faire ces portraits de sa famille. → Il les a fait faire. Hij heeft portretten van zijn familie laten maken → Hij heeft ze laten maken.
Elle a fait tomber la bouteille. → Elle l’a fait tomber. Ze heeft de fles laten vallen → Ze heeft hem laten vallen.

Opmerking: Een lijdend voornaamwoord (COD) vervangt een zelfstandig naamwoord dat naar een persoon of object verwijst (bijv. ‘het’, ‘me’ of ‘heb’). Het geeft antwoord op ‘wat’- en ‘wie’-vragen. Merk op dat er geen sprake is van overeenstemming als het lijden voorwerp volgt op het werkwoord of met een meewerkend voorwerp (COI).
Ils ont fini la bouteille → Ils l’ont finie. Zij hebben de fles opgemaakt → Zij hebben hem opgemaakt. (L’ is lijdend voorwerp)
J’ai vu six films hier. Ils étaient très bien. → Les six films que j’ai vus hier étaient très bien. Ik heb gisteren zes films gezien. Ze waren erg goed. → De zes films die ik gisteren heb gezien, waren erg goed. (Que is lijdend voorwerp)
J’ai parlé à mes frères et sœurs → Je leur ai parlé. Ik heb mijn broers en zussen gesproken. → Ik heb hen gesproken. (Leur is meewerkend voorwerp, dus geen overeenstemming).


Still having difficulties with Cas particulier : l’accord du participe passé avec l’auxiliaire avoir? Want to improve your French? Test our online French lessons and receive a free level assessment!


Do you have smart way of remembering Cas particulier : l’accord du participe passé avec l’auxiliaire avoir? Share it with us!